U heeft een vraag?

BEL 015 214 51 51

Technische Achtergronden

ISDN WIKI

Om problemen bij ISDN aansluitingen goed op te lossen is kennis over ISDN absoluut noodzakelijk! De grote providers hebben deze kennis, ook na 15 jaar leveren van ISDN, niet voor u beschikbaar.
Voor het verhelpen van storingen is het zeker noodzakelijk over goede meetapparatuur te beschikken. Bovendien is een analytische werkmethode absoluut noodzakelijk. Het verhelpen van ISDN storingen komt namelijk neer op het stuk voor stuk elimineren van (heel veel) mogelijke oorzaken.

MultiSwitch lost de ISDN storing op!

Er zijn bij ISDN aansluitingen storingen op verschillende niveau's mogelijk. Deze zijn grofweg te verdelen in fouten op het fysieke deel, de bekabeling, en fouten op het protocolgedeelte, oftewel verkeerde instellingen.
  • Op het fysieke nivo van de aansluiting buitenshuis of binnenshuis. (overspraak, slecht contact)
  • Defecten aan het NT kastje of aan de poort in de openbare telefooncentrale c.q uw DSL modem.
  • Op het fysieke niveau van de S0 bus binnen. (kruising in de kabel, te weinig of te veel afsluitweerstanden, verkeerde plaats afsluitweerstanden, overspraak analoog belsignaal of 220 volt)

  • In de routering in de openbare telefooncentrale routering bij b.v. KPN. Of P-P i.p.v. P-MP
  • In het protocol zoals dat ingesteld staat in het NT-kastje (lengte S0-bus)
  • In het protocol zoals dat in de randapparatuur is ingesteld. (foutief formaat uitgaand nummer, verkeerde MSN ingesteld)

MultiSwitch beschikt over jarenlange praktijkervaring en over apparatuur om hardnekkige ISDN storingen op te lossen.

Indien u meer dan de gemiddelde gebruiker wilt weten over ISDN is het verstandig onderstaande informatie te lezen.

NT-kastje, DSL modem, Patton

KPN, of providers die de ISDN-lijn van KPN hebben overgenomen via WLR (Wholesale Line Retail), leveren het ISDN-signaal bij u af via een zogenaamd NT-kastje. Dit is een kastje van 11 x 13 à 15 cm. grootte waar een groen ledje "line OK" op zit.
Over 1 stel koperdraden (dus 2 aders) worden signalen door uw provider vanuit de wijkcentrale naar uw NT-kastje heen en weer gestuurd.
(Met een snelheid van 192.000 bits per seconde naar u toe EN 192.000 bits per seconde van u af worden over een afstand van enkele kilometers signalen verzonden.
Voor de 2 spraakkanalen op ISDN worden 2 x 64.000 bits per seconde gebruikt (2 B-kanalen) en voor de signalering 1 x 16.000 bits per seconde (het D-kanaal)).

(Er zijn providers die ISDN bij u afleveren via DSL, oftewel via de 2 koperdraden worden meerdere ISDN lijnen bij u afgeleverd. Dit is meestal te zien aan de aanwezigheid van een DSL modem waar meerdere RJ-45 ISDN aansluitingen uit komen.)

(Dan kan de ISDN ook nog bij u binnenkomen via een VOIP provider. Uit uw ADSL modem komt dan een netwerkaansluiting die naar een kastje gaat (bijvoorbeeld een Patton ISDN naar VOIP gateway of BRI gateway genaamd)).

De verbinding tussen uw provider en uw NT-kastje of is altijd een zogenaamde point to point (PP) verbinding. (PP wil zeggen dat er aan de ene kant maar 1 partij is die signalen verzend en ontvangt, en aan de andere kant ook maar 1 partij is die signalen verzend en ontvangt.) U mag dus maar 1 NT-kastje aansluiten op uw binnenkomende ISDN lijn!
Let wel: Het ISDN signaleringsprotocol is daarentegen vaak point to multipoint. (zie verder op deze pagina)
De spanning tussen de 2 aders die bij u binnenkomen bedraagt overigens ca. 90 volt. Deze verbinding wordt ook wel de U-interface genoemd. Kijk ook hier voor Engelstalige uitleg

Storingsbronnen

Waarom nu zo'n uitgebreide inleiding over wat er zich tussen uw provider en uw ISDN-aansluiting afspeelt?
Omdat hier de eerste potentiele storingsbron zich al aandient!
De 2 partijen die zo geconcentreerd naar elkaar luisteren houden niet van stoorzenders en meeluisteraars.
Alle oude bekabeling die nog bij u in huis of op kantoor aanwezig is zou bij een verkeerde montage kunnen "meeluisteren". Als u uw NT-kastje met behulp van een DHZ-pakket heeft aangesloten op "een telefoonstopcontact "ergens bij u in huis of op kantoor dan is daar zelfs een grote kans op!
De bekabeling bij u in huis of op kantoor werd vroeger namelijk gebruikt om meerdere analoge telefoons parallel of in serie te laten werken. Via aftakkingen, relais, handschakelaars, schakelaars in de toestellen of schakelaars in de stopcontacten. En als u die oude bekabeling niet heeft afgekoppeld dan fungeert deze bekabeling als afluisterpost en zendinrichting.
Ook als de oude bekabeling geen aftakkingen heeft kan er nog steeds sprake zijn van een slechte verbinding omdat deze oude bekabeling, elektrisch gezien, vaak loopt via schakelaars in oude (=vochtige, geoxideerde) telefoonstopcontacten of via bijvoorbeeld een oude alarmkiezer.

Bovengenoemde problematiek geldt overigens niet alleen bij aansluiting van ISDN. Ook indien u wil internetten of via VOIP wilt gaan bellen heeft u een directe, goede lijn nodig.

ADSL

De enige rechtmatige medegebruiker van de 2 aders waarover ISDN naar u getransporteerd wordt is ADSL. Het ADSL-signaal wordt in de wijkcentrale met het ISDN signaal samengevoegd en er bij u thuis of op kantoor d.m.v. een splitter weer gesplitst.
Dat mag en kan. Daar is over nagedacht.
(Er zijn overigens ADSL-splitters voor ADSL i.c.m. een analoge lijn en voor ADSL i.c.m. een ISDN-2 lijn. Dit in verband met de bandbreedte die ISDN nodig heeft)

Line OK?

In het NT kastje wordt het 2-draads tweerichtings-signaal gesplitst in een los heen-kanaal èn een los terug-kanaal. Als het NT-kastje de voedingsspaniing van 90 volt ontvangt gaat er een groen ledje branden "line OK". Dit ledje brand overigens ook als u het NT-kastje op een analoge lijn met 50 volt aansluit. Een brandend ledje is dus nog geen garantie dat u een goede ISDN-lijn heeft. Als het echter niet brand is dat wèl een garantie dat de lijn niet OK is.
Onderin het NT kastje zitten 2 RJ-45 aansluitingen (die electrisch gezien gewoon parallel staan overigens) waarop u de ISDN apparatuur kan aansluiten.
(Op pen 4 en 5 van de RJ-45 aansluiting ontvangt u informatie (R=receive, ontvangst) en op pen 3 en 6 zendt u informatie (T=transmit, zend). Dit signaal heeft wederom een snelheid van 192.000 bits per seconde. Zowel heen, naar u toe (pen 4-5) als terug, van u af (pen 3-6)).

Het signaal is blokvormig, ongeveer 0,8 volt hoog, 0 volt is een "0" en (afwisselend) +0,8 volt of - 0,8 volt is een "1", De breedte van een blokje dat "1" voorstelt is ongeveer 5,2 microseconde. (Om precies te zijn: 1/192.000 seconde)
Die 0,8 volt mag in géén geval hoger worden dan 1 volt, of lager dan 0,5 volt. (zie de tabel bij de paragraaf "afsluitweerstanden")
Tussen de R-aders en de T-aders staat een gelijkspanning van 40 volt. Deze is bedoeld om maximaal 1 ISDN-telefoontoestel van (nood) voedingsspanning te voorzien.
De aansluiting zoals deze uit het NT-kastje komt wordt ook wel de S-interface genoemd. Of de SO bus. (spreek uit: es nul bus)

Noot: als één van de aders 3, 4, 5 of 6 ergens is onderbroken meet u nog steeds ongeveer 40 volt tussen R en T. Het aanwezig zijn van die spanning van 40 volt is dus nog geen garantie voor een werkende aansluiting.

Kwetsbaar

Het zal duidelijk zijn dat deze 0,8 volt blokvormige spanning een zeer kwetsbaar signaal oplevert in een omgeving waar door allerlei apparaten met een veel hogere spanning wordt gewerkt. Leg een ISDN kabel, bijvoorbeeld van uw telefoon, naast een kabel waar 220 volt op staat, bijvoorbeeld van uw schemerlamp, en pats! storing. Door de elektrische beinvloeding van die kabels onderling.
Niet direct natuurlijk, maar pas na 3 jaar, 234 dagen en 5 1/2 uur. (U weet wel: precies vanaf het moment dat uw interieurverzorgster uw schemerlamp 4 centimeter naar rechts verplaatste.)

Bij ISDN storingen geldt: het kan jaren goed functioneren, maar dan opeens, zonder duidelijke oorzaak, gaat het mis.

In 1 kabel combineren van ISDN en analoog signaal

De belspanning van een analoge telefoon is meer dan 70 volt wisselspanning.
Als u denkt slim te zijn en met 1 UTP kabel (met 4x2 aders) zowel een ISDN toestel (2x2 aders, 0,8 volt) als een analoog toestel (1x2 aders, 70 volt, 25 Herz belsignaal) aan te sluiten is dat vragen om moeilijkheden. Zelfs binnen die UTP kabel met apart getwiste aders kan overspraak plaatsvinden.

Er is niet veel nodig om keurig blokvormig signaal van 0,8 volt hoogte te vervormen.
Om stoorinvloeden op de S0-bus te voorkomen beperken we daarom ook liefst de lengte van deze S0-bus.

(Telefooninstallatiefabrikanten sluiten de systeemtoestellen van hun ISDN-telefooncentrale dan ook veel liever aan met een aansluiting die te vergelijken is met het eerste type, een U-interface)

Soms is het echter niet mogelijk om de S0 bus kort te houden. Bijvoorbeeld als u meerdere ISDN apparaten die op verschillende plaatsen staan wilt aansluiten op hetzelfde NT-kastje.

S0 bus aanleggen

Als er meerdere apparaten op de S0 aansluiting van het NT kastje moeten worden aangesloten, en die apparaten staan meer dan 4 meter van elkaar af, dan wordt het zaak om een middellange S0-bus aan te leggen. Lengte ongeveer 30 meter maximaal. Apparaten worden parallel aan elkaar aangesloten op deze S0-bus. Oftewel: Minimaal de aders 3, 4, 5 en 6 van de RJ-45 aansluiting onder in het NT-kastje moeten worden verlengd.
Doe dit bij voorkeur met UTP netwerkkabel omdat bij deze kabel de aders per stel getwist zijn. De blauwe en de blauw-witte kabel van pen 4 en 5 zijn om elkaar gedraaid, getwist. Datzelfde geld ook voor de groene en groen-witte aders van pen 6 en 3.
(Zodat een storing die wordt opgewekt door naastliggende en kruisende kabels een halve twist verder weer wordt genivelleerd. Dit kan omdat de aders daar net andersom aan de storingsbron worden blootgesteld!)

Gebruik voor het aanleggen van een S0-bus nooit platte modulaire (RJ-11, 12 of RJ-45) kabel, want dit is voor wat betreft het opvangen van storingen vragen om moeilijkheden. (net een ouderwetse radioantenne!)
De aanleg kan DHZ ook prima met behulp van kant en klare lange patchkabels, daar zitten de RJ-45 stekkers al aan. Alleen worden de gaatjes die u door de muur moet boren iets groter dan bij het gebruik van kabel waar later stekkers aangeknepen worden. Gebruik bij ter plekke in elkaar te zetten met massieve UTP aansluitkabels alleen RJ-45 connectoren die geschikt zijn voor massieve kabel!

Afsluitweerstanden !

De S0-bus moet aan beide zijden worden afgesloten met afsluitweerstanden, 100 Ohm tussen ader 3 en 6 en 100 Ohm tussen ader 4 en 5.
In het NT-kastje zit al een set afsluitweerstanden, maar aan het andere einde van de kabel moet dus ook een setje. Er zijn verdeeldoosjes te koop waar deze afsluitweerstanden al in zitten, maar gebruik deze doosjes alleen aan het eind van de S0-bus. Er mogen in totaal maar 2 sets afsluitweerstanden op de S0-bus aanwezig zijn omdat deze weerstanden ook een beetje van de hoogte van het signaal afsnoepen.
Bij het gebruik van afsluitweerstanden aan het begin EN aan het einde van de S0 bus daalt de spanning van het signaal dat tussen ader 4 en 5 (idem 3 en 6) normaal gesproken van circa 0,85 naar 0,7 volt. Nog net genoeg voor alle apparaten die parallel aan elkaar op de S0-bus zitten om te kunnen praten met het NT-kastje. (Bij uitschakeling van ALLE afsluitweerstanden gaat het direct al mis: méér dan 1,0 volt signaal).

De hoogte van het signaal bij in totaal:
  • 0 afsluitweerstanden: signaalhoogte wordt meer dan 1 volt!! = FOUT!
  • 1 afsluitweerstand: signaal is ca. 0,85 volt = OK
  • 2 afsluitweerstanden: signaal is ca. 0,7 volt = OK
  • 3 afsluitweerstanden: signaal zakt soms onder de 0,5 volt = FOUT!

Y configuratie

Als er zowel aan de "ene kant" als aan de "andere kant'' van het NT-kastje apparaten op het NT-kastje moeten worden aangesloten dan wordt het zaak om deze bus ook de "andere" kant op te verlengen. De afsluitweerstanden in het NT kastje moeten dan worden uitgeschakeld zodat alleen aan de beide uiteinden van de S0-bus weerstanden zitten.

Waarom afsluitweerstanden

De elektrische eigenschappen van een kabel zijn bij hogere frequenties niet meer te vergelijken met die van uw elektrische 220 volt aansluitingen elders in huis of op kantoor. Door de hoge frequenties en door de rechthoekige vorm van het signaal weerkaatst het signaal tegen het uiteinde van de kabel en loopt in tegenovergestelde richting weer terug door de kabel. (Vergelijkbaar: Iedereen die ooit wel eens een TV-signaalkabel (coax) heeft verlengd met een kroonsteentje weet dat het signaal er prima doorheenkomt, maar dat er daarna wel allemaal strepen en echo's op het beeld van je TV verschijnen.)

Door een afsluitweerstand van 100 Ohm aan het eind te gebruiken wordt het signaal bij het einde van de kabel precies genoeg gedempt. Het is ALSOF DE KABEL NOG ONEINDIG DOOR ZOU LOPEN. Vergelijk het met een golf in het water die op een strandje rustig uitrolt. Als hier geen strandje zou zijn maar een rechte kademuur dan zou de golf hier teruggekaatst worden.

Eerste vereiste

Een goed aangelegde S0-bus is dus bij ISDN een eerste vereiste! Anders wordt het direct bij het begin van de wedstrijd al "fietsen met 2 lekke banden".

Bij het aansluiten van apparaten met een kort stukje modulaire kabel moet er voor gezorgd worden dat de volgorde van de aders niet omgewisseld wordt. Pen 3 mag niet pen 6 worden en andersom (idem dito met pen 4 en 5). Dit risico is groot! Als de platte kabel namelijk aan beide zijden met dezelfde kant boven in een RJ-45 connector wordt gemonteerd zit hij al verkeerd! Kijk maar vanaf boven in de connector!
Door een dergelijke foute verbinding zou het ene apparaat een signaal van +0,7 volt op de aders willen zetten terwijl zijn buurman er nu net -0,7 volt op zet. Gevolg: kortsluiting. En in ieder geval geen kiestoon op de lijn.

Goede manieren

De apparaten worden dus allemaal parallel aangesloten op de S0-bus en kunnen in principe allemaal tegelijkertijd informatie op het D-kanaal zetten. Dat betekent dat zij zich aan regels moeten houden, niet door elkaar heen mogen praten en anderen aan het woord moeten laten komen. Bepaalde ISDN PC-kaarten hebben de onhebbelijke gewoonte om continu te willen babbelen op die S0-bus zodat andere apparaten geen kans krijgen. Uw PC-leverancier is hier NIET van op de hoogte! Ook uit bepaalde DSL-modems die ISDN afleveren komt soms een onophoudelijke stroom overbodige data waar uw randapparatuur niet op zit te wachten c.q. niet blij mee is.
Dan is het toch wel fijn dat MultiSwitch apparatuur heeft die kan luisteren naar de signalen op het D-kanaal en zodoende in no time de oorzaak van de spraakverwarring kan vinden.
(Deze apparatuur is in staat om de reeks eenen en nullen, zoals die voorbijkomen op het D-kanaal, te analyseren en te vertalen naar begrijpelijk Engels.)

Het protocol zoals dat op de meeste S0-bussen wordt gevoerd is point to multipoint. Dat wil zeggen dat aan de ene kant het NT-kastje aan het communiceren is en aan de andere kant meerdere apparaten tegelijkertijd een verbinding mogen hebben of opbouwen.

Storingsanalyse

Bij een storing op een ISDN lijn is het verstandig de volgende aanpak te hanteren:
(mede gebaseerd op ervaringen-onderweg-in-de loop-der-tijd)
  • 1. Analyseer de geometrie van de S0-bus. Maak een schema (tekening) met daarin aangegeven de lengtes van de bekabeling, het type bekabeling en connectoren, de plaats van de afsluitweerstanden, de plaats van de aangesloten apparatuur en overige zaken die te maken hebben met de fysieke eigenschappen van de S0-bus. Uitgangspunt hierbij is dat het NT-kastje op een goede wijze is aangesloten op het netwerk. Dus dicht bij het ISRA punt en via een goede ADSL-splitter (desnoods tijdelijk er tussenuit halen), en niet via eerder genoemde omwegen, relais en schakelaars. (zie paragraaf "storingsbronnen")
  • 2. Sluit een ISDN test-apparaat aan op de S0-bus (bijvoorbeeld een Argus-testset) en controleer het signaalniveau op de R- en T-aders van de S0-bus (zie de signaalniveaus in bovenstaande paragraaf "afsluitweerstanden") Een gewone digitale multimeter is hier niet voor geschikt omdat het signaal ook vaak 0 volt is.
  • 3. Doe een bit-error-rate test over een local loop (terugbeltest) Beweeg eventueel aangesloten connectoren en kijk of de foutenteller oploopt.
  • LETOP: Een b.e.r.t. is meestal niet meer mogelijk als de ISDN lijn is overgenomen door een andere provider via WLR of als het abonnement bij KPN loopt en de "tikken" via een andere provider (CPS).
  • 4. Kijk met een oscilloscoop op de R- en T-aders van de S0-bus, controleer de vorm van het signaal. (Dit moet blokvormig zijn zonder "zwiepers" aan het begin.)
  • 5. Kijk of de ISDN-lijn tot rust komt na verloop van tijd. De meeste ISDN-lijnen doen dit. Controleer of aangesloten ISDN apparatuur (bijvoorbeeld PC-kaarten of SDSL-modems) de lijn niet continu bezig houden. (Het kan ook zijn dat de lijn vanuit het NT-kastje niet tot rust komt. Dit is een mogelijke (goede) provider instelling.)
  • 6. Sluit een data analyse monitor (bijvoorbeeld een Hercules testset) aan op de S0-bus en simuleer met alle aangesloten apparaten een uitgaand gesprek en kijk of bij ieder uitgaand gesprek het eigen nummer in het juiste formaat aan het ISDN-netwerk wordt gepresenteerd. (Controle op Cause 100 meldingen)
  • 7. Alleen point to multipoint (PMP) apparaten mogen op een PMP lijn worden aangesloten.
  • 8. Slechts 1 point to point (PP) apparaat mag worden aangesloten op een PP lijn.
  • 9. Pas zonodig de instellingen in de aangesloten randapparatuur aan.
  • 10. Doe een bit-error-rate test terwijl andere in het pand aanwezige (analoge) nummers worden gebeld. (Hierdoor wordt op verschillende plaatsen op de lokatie een 70 volt wisselspanning opgewekt welke de S0-bus zou kunnen storen).
  • 11. Doe idem een test terwijl een een data-analyse-monitor op de S0-bus is aangesloten en controleer op foutmeldingen
  • 12. Het kan handig zijn gedurende het bovenstaande fout-zoek-proces aangesloten apparatuur te vervangen (inclusief het NT-kastje) of tijdelijk te verwijderen,
Maar u kunt natuurlijk ook MultiSwitch bellen voor een bezoek ter plaatse..

Point to point signaleringsprotocol

Bij (de meeste) ISDN groepsnummer-aansluitingen en bij doorkiesnummers wordt er echter op de S0-bus het point to point protocol gevoerd. Dat wil zeggen dat er door uw provider vanuit wordt gegaan dat er maar 1 apparaat op uw NT-kastje is aangesloten. (de telefooncentrale)
Het point to point protocol is wezenlijk anders dan het, meestal gebruikte, point to multipoint protocol.
Er is bij P to P geen noodzaak om onderscheid te maken tussen de verschillende apparaten op de S0-bus. Het enige op de SO bus aangesloten apparaat moet dan door uw telefooninstallateur wèl zo geprogrammeerd worden dat het zich op de S0-bus voorstelt met Terminal Endpoint Identifier, TEI = 0, anders werkt deze aansluiting vanaf de eerste seconde gegarandeerd niet!
Uw provider mag ook niet zomaar zonder aankondiging naar de aangesloten abonnee het protocol van P to P naar P to MP wijzigen.

Lange S0 bus

De maximale lengte van een S0-bus bedraagt 1000 meter. Er mag dan echter alleen aan het einde van de S0-bus een apparaat zijn aangesloten. Zodat aan de ene kant van de S0-bus alleen het NT-kastje communiceert en aan de andere kant het apparaat. En er moet in het NT-kastje een schakelaar worden omgezet om deze Lange S0-bus mogelijk te maken. Dit wordt ook wel point to point genoemd (oftewel de DERDE vorm van point to point bij ISDN, iets waarover ook spraakverwarring kan ontstaan.)
Het is niet mogelijk om in het NT kastje om te schakelen van het in de vorige alinea genoemde point to point protocol zoals dat door uw provider wordt aangeboden. In het NT kastje kan alleen worden omgeschakeld tussen een korte, middellange of een lange S0-bus.

© 1997-2012 P. Niezing, MultiSwitch BV